Monique (juni 2014)

Voor Monique.

Remember me!, but Ah, forget my fate. 

Denk an mich!, doch ach, vergiss mein Schicksal” uit de opera Dido and Aeneas van Henry Purcell

De roep om “wat gebeurde er na?” wordt steeds luider. Doktoren, verplegend personeel, collega ervaringsdeskundigen, allen willen ze weten wat er na juni 2010 met mij gebeurde. Wat zorgt er vandaag de dag voor dat ik niet terugval terwijl anderen dat wel doen? Wat is de sleutel tot succes en is die er wel?

In het artikel ‘strohalm’ga ik er eigenlijk al op in; ik vertel wat mijn innerlijke drijfveren zijn namelijk: “behoud het geloof in jezelf”, het hebben van een “groot sociaal opvangnet” en in mijn geval een grote, uit de hand gelopen, “liefde” voor klassieke muziek.

Het eerste ruime jaar na juni 2010 mag gerust als dramatisch worden omschreven. Ik existeerde maar echt leven was het niet. Ik lag week in week uit, maand in maand uit op bed; niet in staat verder te komen dan douche (1 keer per 2 weken), toilet of mijn huiskamer en de televisie die daar staat. Soms, maar dat was hooguit een keer per maand, liep ik een rondje door het park achter mijn huis. Ik sleepte mezelf regelmatig voort naar bakker, slager, groenteboer en super.

Mijn favoriete maaltijd was cheeseburger en cola Light met frietjes bij die bekende hamburgerketen van ons land. De tocht er naar toe verliep soepel en snel maar het aantal bezoekers en de voedingswaarde van de verkochte producten zorgden ervoor dat ik meestal vermoeider en minder voldaan vertrok dan dat ik gekomen was. Toch bleef ik dit verslavende patroon lang volhouden.

Ik keek naar de grond en slofte van A naar B want lopen kon je het niet noemen. Ik durfde mijn mening niet te uiten en zat veelal stilzwijgend voor mij uit te staren. Ik was wel deelgenoot van het sociale verkeer maar ik nam er niet echt deel aan. Mijn ‘oplevingen’ met nadruk op het woord ‘leven’ werden intensief beleefd maar dat gold ook hetzelfde voor mijn wandelingen door het park. Had ik het eenmaal gedaan dan voelde ik mij super maar wilde ik dat gevoel herhalen dan kostte het de grootste moeite; vaak kwam ik tot niks. Dagelijks gingen er liters cola, liptonice en andere frisdrank doorheen.

Vrienden en familie probeerden wat ze konden maar door de medicatie leef je afgestompt. Toch is er ergens een omslagpunt geweest en voor mij lag dat eind 2012 begin 2013. De controle op medicatie verslapt bij begeleiders en doktoren en zo kon het gebeuren dat ik 3,5 doosje oxazepam had opgespaard om dit te gaan gebruiken. Ik weet de reactie van mijn begeleider nog toen ik hem mijn voornemen meldde.

Eigenlijk wilde ik helemaal niet dood; ik wilde gered worden; ik wilde aandacht; ik wilde als een klein kind aan de hand worden meegevoerd naar veiliger en plezieriger oorden. Die plezieriger oorden kwamen er door een persoonlijk begeleidster, die vooral veel compassie toonde maar ook met praktische aan- en verwijzingen kwam.

In 2013 besloot de psychiater tot vermindering van de risperdal. In het laatste kwart van dat jaar ging ik fitnessen. Het jaar bracht ook een functie binnen het bestuur van de muziekvereniging waar ik in zit. Ik werd gevraagd of ik samen met een collega de gespreksgroep ‘Herstel’ wilde leiden. Ik leefde op, werd actiever en mijn omgeving merkte dit ook op. Ik werd niet meer omschreven als ‘zombie’, nee, ik was een persoon geworden naar wiens mening geluisterd werd.

De er- en herkenning in de maatschappij deed me goed, ik keek nu recht voor me uit, ik zei mensen die ik tegenkwam gedag, de frisdrank heb ik afgezworen en in 8 maanden viel ik, mede door het sporten, 15 kilo af. Ik werd gevraagd voor een film die gaat over wat bij mensen die ‘strohalm’ is. Ik heb en had al ruim 50 artikelen gepubliceerd over het onderwerp ‘psychose’. Nu denk ik na over publicatie en een site op internet.

Gemakkelijk ging het niet en ook vandaag heb ik het soms moeilijk. Mijn verantwoording zelf nemen, is iets waarmee ik nu in de strijd ben. Een serieuze relatie aangaan behoort zelfs tot de mogelijkheden maar ik moet oppassen omdat heftige gevoelens voor de andere sekse kunnen leiden tot een nieuwe psychose. Daar ben en blijf je gevoelig voor. Ook worden gevoelens zoals seksualiteit afgeremd door het gebruik van medicatie. In hoeverre zich dat hersteld, is nog de vraag.

Een ding is zeker: “alleen had ik het niet gered”. Tot slot van dit artikel wil ik dan ook in willekeurige volgorde namen noemen:

Astrid, Wilfred, Karin, Bas, Peter, Roy, Linda, Monique, Anita, Don, Nelleke, Henk, Hanita, Miranda, Lia, Jan, Rie, Wim, Cor, Els, Frank en tenslotte al die mensen die in die, de afgelopen 4 jaar van mijn herstel, in mij zijn blijven geloven en dat in woord en daad hebben ondersteund.

Rolf Th.J. van der Geest, ervaringsdeskundige en redactielid.

© Rolf van der Geest juni 2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *