Ik ben niet in de war (augustus 2011)

Ik ben niet in de war.

Wat kost het een overredingskracht om tegen anderen die jou goed kennen te zeggen ‘ik ben niet in de war’. Immers in de jaren die aan dit incident voorafgaan, ben ik vele malen opgenomen telkens weer met een psychose en telkens ging er een periode van in de war zijn aan vooraf.

Nu was het duidelijk anders. Ik stond bijna tegen 22.30 uur aan te bellen bij mijn beste vrienden Wilfred en Astrid. Ik zat dringend om een lift verlegen naar mijn eigen huis omdat ik kort tevoren was afgesleept naar mijn garage. Iets met een druklager en een koppelingsplaat.

In het verleden was juist dat in de war zijn voor mijn vrienden een signaal dat ik snel moest worden opgenomen. De voorbeelden hiervan heb ik in diverse artikelen uiteengezet. Nu was er echter al een langere periode dat het weer goed met mij ging. Ik slik met vaste regelmaat mijn medicijnen, nam geen alcohol en sliep regelmatig.

Toen ik op dat late tijdstip aanbelde, wist ik meteen dat ze het eerst naar hoe ik mij gedraag zouden kijken. Hoe verwart kom ik over. Is het verhaal, de uitleg die ik over mijn bezoek geef, waarschijnlijk. Kloppen de feiten, heeft hij zijn medicatie ingenomen. De tekst ‘ik ben niet in de war’ was dus een geruststelling zowel voor hen als voor mij.

Een tweede voorbeeld dat me te binnen schoot is dat van het groene bosje op de camping. Wat zal het zijn? 100 meter, 150 meter van mijn plek af staat een L-vormige caravan zo’n crèmekleurige met hout afgewerkte schitterend tweede huis. Voorzien van alle gemakken zoals een bad en een volledig geoutilleerde keuken. De tuin mag er ook wezen. Zo uit een magazine voor eigen huis en tuin genomen, gewoon een plaatje.

Rechts van de entree van dat terrein staat een groen bosje. Brede groene bladeren, zo’n 2 meter boven de grond, geen bloemen of andere uitspattingen. Ik staarde ernaar. Dat groen vormde een waas waar af en toe scherpe randen in te ontdekken waren. Met het knipperen van mijn oog zag ik plots tot op de nerf nauwkeurig een enkel blad soms een set van 3, 4 bladeren maar nooit het geheel.

Zo af en toe meende ik een vogel te onderscheiden, een mooie zwarte merel met een oranje snavel. Maar even zo snel als ik in zoemde op het fraaie beest, zo snel verdween hij ook weer uit het zicht door op een tak erachter zich te verschuilen of gewoon weg te vliegen. Het ergste moment van mijn staren naar dat groene bosje was wel het moment waarop de wind er doorheen blies. Het leek wel of ik elk blad individueel zag buigen naar die wind en alsof de draaiing die de wind maakte geheel voorspelbaar was.

Ik was nu wel in de war maar beleefde alles heel rustig. Er was geen chaos in mij. Niemand zag wat ik zag, nam waar dat ik wel degelijk in een vorm van een psychose zat. Mijn ogen hielden me voor de gek. Mijn hersenen filterden de informatie niet meer op de juiste wijze en dus ging het niet goed met mij. Kennelijk neemt iets van het bewustzijn of onderbewustzijn de regie over.

Deze twee totaal verschillende voorbeelden geven aan hoe de ratio ongeveer werkt. Het blijft echter een raadsel hoe dat dan werkt en nog meer waarom.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad augustus 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *