Hondenpoep (juli 2011)

Hondenpoep.

Het moment waarop de psychose aanvangt, is moeilijk vast te leggen. Ergens tussen zin en waanzin is een grijs overgangsgebied waar fragmentjes bewaard blijven in het geheugen. Zo weet ik me te herinneren dat, 3 dagen na het overlijden van mijn moeder, een lieve buurvrouw me vroeg of ik zin had eens lekker uit te waaien aan het strand. Aangezien alle condoleancekaarten geschreven en gepost waren had ik toch niks anders te doen en ik besloot op het voorstel in te gaan.

Een van die fragmentjes die bewaard zijn gebleven, is de volgende: een kennis van mij uit Voorburg had mij laat de vorige avond (22.30 uur) opgebeld en nogal uitgebreid geïnformeerd over het busverloop tussen Station Haarlem en de kerk. Ben ik in goeden doen dan zeg ik alle lijnen en tijden zo uit mijn hoofd op maar de zorgen van de naderende begrafenis stapelde zich op en ik had al twee nachten niet tot slecht geslapen. Ik was dus kortaf, geprikkeld en niet bij machte om de juiste lijn te noemen. Het ging zelfs zover dat ik de verbinding voordat het gesprek ten einde was, verbrak.

Waarom maak je je zorgen? In mijn geval ligt dat niet simpel. De grootste zorg die ik had, was wel het feit dat mijn biologische vader naar die begrafenis zou kunnen toekomen. Ik had de man al in geen 25 jaar gezien maar toch keerde die gedachte als een duveltje uit een doosje steeds terug. Eerst herhaalde de gedachte zich een keer per uur daarna twee keer per uur en toen de eerste dag voorbij was na het overlijden van mijn moeder, herhaalde de zelfde gedachte zich ongeveer 48 keer per dag. Het is dus niet alleen herhaling, nee, het is ook versnelling.

Het ritje naar het strand was begonnen maar ik weet niet meer of en waarover we gesproken hebben. Ik weet niet meer of we naar IJmuiden of Zandvoort zijn geweest. Het enige dat ik me goed weet te herinneren was dat er bovenaan de duinrand bij de parkeerplaats op het tegelpad een hoop hondenpoep lag. Vraag me niet waarom maar ik vond het absoluut noodzakelijk, terwijl ik me nette begrafenispak aan had, om in die hoop stront te stampen. Niet een of twee keer, nee, wel 10 keer. Mijnlakschoenen kwamen onder te zitten, de pijpen van mijn pak en terwijl ik dat deed, was een ander deel van mij gefocust op het prikkeldraad dat daar een soort afrastering met de duinrand vormde. Mijn pak mocht immers niet beschadigen.

Een tweede fragment wat bewaard is gebleven, is het moment waarop ik mijn sjaal afdoe en deze rond de nek van mijn buurvrouw knoop. Ik trek de knoop aan en probeer haar te wurgen maar de sjaal is zo zacht dat dit niet lukt. Dat ik hier een waanbeeld van mijn vader voor ogen had, moge duidelijk zijn

Mijn lieve buurvrouw had onmiddellijk door dat er wat mis was met mij en maakte meteen rechtsomkeer. Terug naar de auto, terug naar huis waar een crisisarts werd gewaarschuwd en mijn eerste opname in gang werd gezet. Voor de goede orde: mijn biologische vader kwam niet naar de begrafenis, mijn kennis uit Voorburg ook niet. Mijn lieve buurvrouw ondervond van het incident met de sjaal niets en mijn pak werd gestoomd. Ikzelf maakte de begrafenis stevig onder de medicatie mee.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad juli 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *