Ben verliefd tot over mijn oren (april 2011)

Ben verliefd tot over mijn oren, ondersteboven dat het nog kan.

Het is 29 november 2010 als ik met een groep lotgenoten, eigenlijk kan ik ze beter zielsverwanten noemen, begin aan de cursus ‘Rouwen en verder’. Die eerste drie bijeenkomsten die overigens allemaal op maandag worden gehouden, worden als ‘zwaar’ ervaren. Het veelal indringende verhaal van de anderen over hun geliefden, hun partners geeft meteen aan dat het er hier niet lichtvoetig aan toe zal gaan.

Voor mij is die eerste keer alsof de bliksem inslaat. Zij zit daar schuin tegenover me aan het andere eind van de tafel en vertelt heel betrokken en duidelijk geëmotioneerd over het overlijden van haar moeder. Soms kan ze niet uit haar woorden komen, stottert, en weet niet hoe ze het moet zeggen. Ik wil haar troosten, in mijn armen nemen en zeggen dat alles goed komt.

Als groep praten we over het verlies van ouders en over dat van partners die ons ontvallen zijn en iedere bijeenkomst wordt dan ook gestart met het ontsteken van kleine waxinelichtjes om hen te herdenken. Een andere gewoonte is dat ieder de gelegenheid krijgt om een persoonlijk gedicht voor te dragen. Deze gedichten krijgen we de volgende bijeenkomst gekopieerd bij ons overige materiaal dat we moeten doorlezen.

Die tweede bijeenkomst is het erger dan erg met mij. Ze is namelijk verhuisd en is naast me komen zitten. Maar op dit moment slaat ook de twijfel toe. Hoe kom je erachter of de ander ook verliefd op jou is en verwar je gevoelens van troost niet met die van verliefdheid. Ik was al eens eerder verliefd en had toen signalen totaal verkeerd geïnterpreteerd. Door mijn heftige gevoelens voor de ander had ik zelfs weer een psychose gekregen en ik wilde dus voorkomen dat ik dezelfde fout maakte.

Half lang, blond haar tot over haar schouders. Een lekker parfum en mooi opgemaakt en een glimlach die iedere ijsberg zou doen smelten. Vanwege de privacy mag ik haar naam niet noemen maar in dit artikel noem ik haar Doris. Soms zat ze naast me, dan weer tegenover me maar zelden meer weg dan een paar meter.

De een na laatste bijeenkomst krijgen we allen losse blaadjes. We mogen aan de anderen vertellen wat ons geraakt heeft tijdens alle bijkomsten. De anderen die zitten te luisteren mogen op het blaadje een persoonlijke wens schrijven voor de spreker. Op het kaartje van Doris schrijf ik ‘luctor et emergo’ wat zoveel wil zeggen als ‘ik worstel en kom boven’ de individuele strijd die iedereen van onze groep heeft moeten doorstaan om uiteindelijk uit te stijgen boven het verdriet van zichzelf.

Twee maanden later is onze laatste bijeenkomst. Na afloop neemt Doris me apart. Ze zegt dat ze mijn rust die ik uitstraal zo waardeer en spreekt de hoop uit dat zij daar zelf iets van over mag nemen. Ik nodig haar uit om bij mij op de camping langs te komen en daar te leren genieten van de rust. Als ik later thuis ben, bedenk ik me hoe stom het is dat we geen telefoonnummers hebben uitgewisseld.

 

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad april 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *