Ben niet bang voor de boze wolf (augustus 2012)

Ben niet bang voor de boze wolf (2).

We schrijven december 2011 als mijn psychiater me erop voorbereid dat hij in januari de medicatie van de resperidon (risperdal) wil gaan verminderen. De redenering hierachter was dat ik stressvolle situaties had doorstaan en daar zonder een nieuwe psychose was doorgekomen. Ik had namelijk mijn ouderlijk huis verkocht, zo goed als alle spullen weggedaan die weg konden, had een nieuw appartement gekocht en was inmiddels met de inrichting ervan bezig.

De eerste vermindering ging van 4 naar 3,5 milligram en ik voelde me euforisch in die eerste twee weken. Snel daarna kwam echter de terugval. Ik voelde me lusteloos, sliep meer dan ik wakker was en kort en goed ik had geen fut om dingen aan te pakken. Bij dat alles kwam dat ik me slecht verzorgde. Ik ging bijvoorbeeld maar 1 keer per week onder de douche terwijl dit in het verleden 5 keer per week was. Ik ‘vergat’ mijn tanden te poetsen en zo kan ik nog vele voorbeelden opnoemen van dat lamlendige gevoel.

Mijn vaste begeleider raadde mij ADO in Spaarnepoort aan. Activiteiten zoals Fiets-in een reparatie workshop voor mensen die handigheid willen krijgen in de omgang met fietsen. Heimanshof een ecologische tuin die door vrijwilligers wordt bijgehouden. Iedere maandag zwemmen gewoon goed voor de conditie en tenslotte PMT (Post Motorische Training) Gymnastiek maar dan een tandje lager.

De achterliggende gedachte was natuurlijk ook dat ik iedere ochtend een verplichting had om eruit te komen. Toch kreeg ik steun van een lieve vriendin die mij iedere ochtend opbelde en controleerde of ik ook werkelijk uit bed was gegaan.

In juni kwam de tweede verlaging van 3,5 naar 3 milligram. De ADO volgde ik slechts voor 2 delen, de rest was ik niet in staat daar enige verandering in aan te brengen. Mijn tandarts gaf me op mijn kop betreffende de staat van mijn gebit hij noemde het ‘een loeiende koelkast’ en als klap op de vuurpijl kreeg ik de wind van voren van een oude bekende. Het moest anders, het moest beter, ik moest uit die depressie.

Was dit alles veroorzaakt door de vermindering of hadden mijn neerslachtige buien alles te maken met het feit dat ik mijn vriendin aan de kant had gezet maar haarzelf dit nog niet verteld had. Bestond er werkelijk zoiets als een onderbewustzijn dat speelde met de gedachte ‘angst voor een nieuwe terugval’.

Die angst is er, onderbewust, je voelt het gewoon als een sluipmoordenaar die op je wacht. Ik kan het nog steeds niet opbrengen op ’s ochtends naar de ADO toe te gaan en van verdere verlaging van de medicatie blijkt uit het gesprek met de psychiater geen optie.

Toch ben ik ben tevreden met de fase waarin in nu zit hoewel er zeker wat meer activiteit gewenst is

 

Rolf Th,J, van der Geest (Ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad augustus 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *