Monthly Archives: augustus 2014

Wuppie en Klots (augustus 2014)

Het zal de jaren 70 zijn geweest toen in het Nederlandse televisiebeeld de Wuppie werd geïntroduceerd. Het ziet er uit als een uitvergrote pluche tennisbal met twee wiebelende antennes op zijn kop en aan het uiteinde van die antennes een klein balletje ter grote van een tuinboon, maar dan geheel rond.

Dan hebben we Klots. Dat is een niet bestaand figuur, geheel door mijzelf verzonnen maar hij staat symbool voor een golf van water die van voor naar achter, als ware het de branding van de zee, door je hoofd spoelt. Hij klotst eerst tegen de achterkant van je hersenpan om vervolgens vrolijk om te draaien en de voorkant te overspoelen.

Zijn Wuppie en Klots samen dan hebben ze de grootste pret en veroorzaken Spiertjes. Dat is dan weer het totale gevoel van verlamdheid want je wilt wel opstaan maar je kunt het niet.

Helemaal erg wordt het als Watjes om de hoek komt kijken. De zachte witte watten drukken op je hersenen, verlammen ze geheel en zorgen voor uren en uren slaap waaruit je haast nog duffer wakker wordt dan toen je begon.

Soms helpt Pilletje; het soms ronde soms vierkante middeltje dat de dokter voorschrijft. Voor een aantal uren is het zo dat je actiever bent; je voelt je fitter maar er is nog niets uitgevonden waardoor dat gevoel constant blijft.small86925688-ah_wuppies

Een tip die ik kan geven is: de wandeling door de natuur of de fietstocht door de duinen. Heerlijk uitwaaien en alle muizenissen uit het hoofd. Een tweede tip: keihard meezingen met je favoriete cd of een waanzinnige triller lezen.

Belangrijk is dat je jezelf verzet tegen Wuppie en Klots. Activeer die hersenen; schrijf een dagboek of een gedicht; beleef de intense smaak van hagelslag. Eigenlijk maakt het niet uit wat je doet zolang je het maar wel doet en niet gaat zitten afwachten.

Leer te beseffen wat je hebt voordat de tijd je laat beseffen wat je had.

Rolf Th.J. van der Geest (redactielid en ervaringsdeskundige)

© Rolf van der Geest (augustus 2014)

Superman (december 2013)

We denken wel dat als we eenmaal uit de kliniek zijn gekomen dat alles dan voorbij is maar niets is minder waar. Dan begint de strijd pas. Hoe vinden we de balans tussen de juiste hoeveelheid medicatie en het niet weer terugvallen in een nieuwe psychose. Welke signalen zijn belangrijk en welke niet. Bijt je je tanden op elkaar en ga je met de hulpverlener door of ga je juist op dat moment van strijd een wandeling door de bossen maken?

Wat vroeger als normaal werd gezien, staat vandaag ter discussie. Elk signaal kan er immers een zijn die een nieuwe psychose inluidt. Was vroeger een verkoudheid niet iets om zenuwachtig van te worden. Nu zijn we bang omdat we een zakdoek zijn vergeten. Ja, lach maar want om zulk soort futiliteiten gaat het.

Je bent meer tiSupermanTitlejd kwijt door de discussie in jezelf (de voeding van de twijfel) dan dat je die besteedt aan gezond verstand en rationele beslissingen. Ooit konden we dat wel….. rationele beslissingen nemen en eigenlijk kunnen we dat nog steeds zolang we dat “ja, maar….” Nu eens durven loslaten. Je bent immers een mens die fouten maakt, je bent niet onfeilbaar en bent dat nooit geweest.

Goed, er is geestelijk iets mis gegaan, je bent ontspoord en daardoor minder zelfverzekerd maar je bent tevens iemand met normaal verstand die nu alleen tijdelijk wat hulp van buitenaf nodig heeft. Nou en wat dan nog? Die hulp kan bestaan uit gesprekken met hulpverleners maar het kan ook zo zijn dat je dagelijks medicatie moet slikken. Dit is niet om je te pesten, nee, dit is om je te ondersteunen. Dit is wat ze feitelijk ‘herstel’ noemen.

Er is een minpunt op te noemen en dat is dat ik, zelfs na 3,5 jaar ‘herstel’ nog steeds niet de ‘oude’ ben. Kennelijk heb ik, voor mezelf, een superman gekweekt die ik moet zijn geweest, en wil nu aan dezelfde verwachtingen weer gaan voldoen. Ik weet wel zeker dat in dat ‘toen’ fouten en tekortkomingen zaten. Ik viel, en stond weer op. Wel, laat me dan iets nieuws aan jullie vertellen uit het ‘nu’. We maken constant fouten, corrigeren die en vergeten zo snel als mogelijk dat ene moment van onachtzaamheid.

Twijfelen aan ons eigen kunnen is eigenlijk iets wat we ons leven lang doen. Nu, nadat we zijn terug gevallen iets meer dan anders maar het positieve is dat als we aan dat ‘nu’ gaan denken of zelfs aan ‘later’ of ‘straks’ we weer toekomst zien. Er is licht aan het eind van de tunnel en naarmate we dat licht meer naderen, gaan we er ook meer in geloven.

Ik wens U een prettige reis naar de toekomst.

Rolf Th.J. van der Geest ervaringsdeskundige

© Copyright Cliënten Belangen Blad december 2013

Strohalm (januari 2014)

Wat zijn je drijfveren? Wie of wat steunde je? Wat is de sleutel tot het succes waar velen naar streven? Is er een universele oplossing voor?

Het zijn zo wat vragen die een psychiater mij stelde toen we elkaar buiten Zuiderpoort tegen kwamen. Hij wilde maar al te gretig weten hoe het kwam dat ik al 3,5 jaar zonder terugval was. Was er ergens een gemeenschappelijke overeenkomst en ik wist niets beter te zeggen dan: “ik behield het geloof in mezelf”, “ik heb een groot sociaal opvangnet”, “klassieke muziek” maar het meest belangrijke is wel dat geloof in mezelf. Aan het einde van de tunnel schijnt het licht.

Ik ben totaal binnen 7 jaar bijna 10 keer terug gevallen. Heb meerdere opvangklinieken van binnen en buiten gezien, had minstens 3 psychiaters en zeker het tienvoudige aan helpers om mij heen. Toch wil ik hierbij ook die sociale factor niet onderschatten. Het dagelijkse trouwe bezoek van mijn vriend Wilfred die niets beters wist mee te nemen dan een blikje Cola light. Zijn blik in zijn ogen “jij redt het wel; jij vecht jezelf erboven op”.

Het is dus niet alleen het geloof in eigen kunnen, nee, het is ook het vertrouwen dat anderen in je stellen dat jij het in je hebt en daarmee bedoel ik ook jou die dit nu zit te lezen: “er is een uitweg; heb en behoud het geloof in jezelf en in de behandelaars maar wees tevens strijdbaar; laat niet over je heen lopen”.strohalm

Er schijnt een onderzoek te zijn naar die strohalm. Wat drijft mensen, hoe komt de een eruit en hoe de ander. Zijn er gemeenschappelijke factoren? Hoe zit dat binnen de familie? Is er een overeenkomst tussen leden van dat gezin. Is er iets binnen de voorkeuren van muziek, de vormen van geloof, de wijze van opvoeding, de pubertijd en de vorming tot volwassene. Kortom men probeert over de totale breedte van dat spectrum de gouden voorzet te vinden.

Waarom slaat bepaalde medicatie bij de een of bij de ander wel of niet aan. Welke klik is er tussen de therapie en het herstel van de betrokkene? In een van mijn artikelen haal ik een tekst uit de opera Dido and Aeneas aan waarbij de ene geliefde tegen de ander zingt: “Remember me, but don’t forget my fate”. In een notendop is dat de essentie waar ik in geloof: “gedenk me maar vergeet mijn lot niet”. Daar schuilt een kracht in namelijk de wil om “aan gedacht te worden” (jou bestaan wordt erkend en is niet voor niets geweest) maar vooral dat wat geweest is, zal zijn sporen achterlaten. Of je komt er uit maar wees ervan bewust dat dit niet ongeschonden zal zijn.

Er is een mooi Latijns spreekwoord dat stelt:

Luctor et emergo of ik worstel en kom boven.

Rolf van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad januari 2014

Spanning en sensatie (augustus 2014)

Het begon zo simpel. Een gesprekje van nauwelijks 2 minuten over Herstel met Johanna van het RIBW. Ik kreeg een foldertje en meteen diezelfde avond besloot ik te reageren via email. Ook met mailtje was snel gemaakt en verstuurd en ook de respons kwam zeer snel maar plots is daar de spanning. De spanning van een mogelijk kennismakingsgesprek.

Nachten slaap je er niet van en ook overdag draait het terugkerend om diezelfde gedachte: “wat als….”  En “maar wat als”. Er wordt een datum afgesproken en dan volgt 4 weken wachten die vandaag zijn ingegaan. De spanning giert me door de keel.

Sensatie. Ook hiervan ken ik in deze week een goed voorbeeld maar dit ligt onbedoeld toch wat meer op het sensuele vlak misschien moet je zelfs schrijven seksuele vlak.

Dit vond plaats tijdens de bbq van Catch-it RIBW waar ik overigens op het laatst ook Johanna uit het vorige voorbeeld sprak. Linda, de organisator van de bbq stond even met mij te praten en terwijl dit gesprek plaats vind, passeert een leuke blonde vrouw. “is het wat voor je?” vraagt Linda. “Ik denk erover om haar in de groep voor te stellen; ze heet Annet”.

sample_pic307_12Ik weet niet meer hoe ik reageerde maar wat ik wel weet, is dat ik haar, en alleen haar aan zat te staren terwijl ze verderop op een bankje in de zon zat. Ik durfde haar niet te benaderen want ze zat tussen twee mannen in en leek in een vrolijk gesprek verwikkeld.

Blauw jurkje, mooie, half lang goudblond haar en in tegenspraak met dat blond, beslist niet dom of op haar mondje gevallen want geen vijf minuten later staat ze op, komt recht op me af lopen met een oogverblindende glimlach, stelt zich voor en vraagt over mijn hobby muziek.

Natuurlijk ben ik verbijsterd en stotter ik net zoals zij maar even later zitten we op een bankje en praten over religie, klassieke en jazz muziek, over fietsen en over wandelen, over psychoses, en het overlijden dat er bij ons beiden aan gekoppeld is en jawel: ze vraagt mijn e-mailadres want ze wil wel een gedicht laten publiceren in het CBB-blad.

Die eerste nacht heb ik allerlei fantasieën over haar, Fantasieën die duidelijk bipolair zijn. “Nee, dit kan niet, dit is niet voor mij weggelegd” tegenover: “waarom niet, het kan toch iedereen gebeuren”. Evenals de spanning van het eerste verhaal, is ook dit weer spanning en gedurende de volgende dag spring ik op bij ieder signaal dat mijn computer geeft als er een inkomende mail is. Toch is dit telkens niet wat ik verwacht en hoop en langzaamaan sijpelt ook dat laatste, vooral dat laatste, weg.

Inmiddels is de beheersing weer terug en de fantasie weer afgevlakt maar ik verfoei hoe dat bipolaire bezit van je kunt nemen hoewel iedere keer weer een wijze les is.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige en redactielid)

© Rolf van der Geest, augustus 2014

Signalen (juli 2010)

De hersenen, ik schreef er al eens eerder over, zijn zeer wonderlijk. Hoe werken gedachten bijvoorbeeld en wat misschien belangrijker is, hoe verloopt het proces voordat je in een psychose bent beland?

Het begint eenvoudig met een enkele gedachte bijvoorbeeld: mijn vader zal toch niet op bezoek komen. Essentieel hierin is dat er een angstbron in zit namelijk een vader die waarschijnlijk op bezoek zal komen terwijl ik dat dus feitelijk niet wil. Die ene gedachte begint zich te herhalen. In eerste instantie 1 keer per uur wat toch al 24 keer per dag is; het geheel van gedachten is nog rustig maar op het moment dat de versnelling van de herhaling aanvangt, is gelijk ook de eerste stap tot een mogelijke psychose gezet.

In het begin is ieder moment waar het aantal gedachten zich verdubbelt er een waarin nog ingegrepen kan worden door de juiste medicatie maar het is voor medici en ook voor mijzelf bijzonder moeilijk een verslechterende fase te her- of erkennen. Is een bepaalde gedachte twee keer per uur gevaarlijk of gaan de bellen rinkelen zodra dit 4 keer per uur is? Bedenk wel dit is inmiddels al 1 keer per kwartier en al tegen de 100 keer per dag. Tegelijkertijd vergeet ik een keer mijn medicatie. Op zich niet zo erg maar toch.

Ik denk dat de controle kwijt is op het moment dat je de spiraal van toenemende gedachten niet weet te doorbreken. Enerzijds is er dus een toenemende angst, anderzijds is er ook iets in het bewustzijn dat die controle geleidelijk overgeeft. De automatische piloot is halverwege ingeschakeld. Het aantal keer dezelfde gedachte is inmiddels opgelopen tot 8 keer per uur maar begint al dichtbij de 16 keer per uur te komen.Seaman_send_Morse_code_signals

Ergens in dit traject is het op tijd innemen van medicatie ook belangrijk maar het lijkt wel dat het hetzelfde systeem is waar in wordt gezegd dat het innemen nog wel even kan wachten. Alles is immers onder controle. Ik halveer de medicatie en vergeet dit te melden. Het belang van rust en regelmaat wordt gewoon onderschat. Het belang van gezonde voeding is ook zoiets. Ik kwam in die fase veel bij een bekende hamburgerketen en ook de pizzaboer was mij niet vreemd maar dat soort eten versterkt wel de neerwaartse spiraal.

Het hebben van voldoende lichamelijke beweging maar ook het onderhouden van sociale contacten zijn belangrijk. Niet alleen overdag maar ook ’s nachts begint dezelfde gedachte de overhand te krijgen. Men ‘vergeet’ namelijk te slapen of wellicht is het zo dat de noodzaak tot voldoende rust wordt overruled door die van de doordraaiende gedachte. Van 32 gedachten gaat het naar 64 en zo weer verder. Dan komt natuurlijk het moment waarop de hersenen de snelheid van de informatie niet meer aankunnen. De cruisecontrole is nu ingeschakeld en we bevinden ons geheel in een psychose. We nemen nog wel dingen waar maar feitelijk zijn we al niet meer ‘aanwezig’. Medicatie wordt soms voor meerdere dagen vergeten.

In de laatste fase zoeken we bescherming, we zoeken veiligheid, we zoeken een vertrouwde plek. Ik weet me bijvoorbeeld te herinneren dat ik naar het huis van mijn vriend toeging en toen ik binnenkwam in zijn ‘kliniek’ voorafgaande aan mijn derde opname, er een last van mijn schouders afviel. Ik was weer in goede handen.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad juli 2010

“Remember me!, but Ah, forget my fate. (mei 2014)

Remember me!, but Ah, forget my fate. 

Denk an mich!, doch ach, vergiss mein Schicksal”

Dit zijn de woorden uit de finale van de opera Dido and Aeneas van Henry Purcell en het was tevens de titel van een boek dat ik wilde publiceren. In die finale zingt de held tot zijn geliefde en antwoordt zei met de oorden “Gedenk mij, maar ach vergeet mijn lot”. De een zal sterven, de ander heeft slechts de herinnering. Hiermee vereeuwigd de held zich, hij krijgt zijn plaats tussen andere helden die hem zijn voor gegaan en wat belangrijk is: er wordt aan hem gedacht.

dido2In eerdere gepubliceerde columns wordt de strijd van mijzelf, iemand die psychotisch is geweest en daar uit wist te komen, beschreven. Een strijd die voortduurt waarbij ik me gesteund weet door veel vrienden, familie, kennissen en collega’s.

Zo lang je geloof hebt en houdt in jezelf, zo lang duurt namelijk die strijd. Er is, en ik kan dat zeggen, 4 jaar vrij van terugval, licht aan het einde van de tunnel. Er gloort hoop.

Het boek zal misschien ooit gepubliceerd gaan worden maar ik trek een veel breder publiek met een internetsite. Alle artikelen zijn niet alleen bedoeld voor patiënten die in de zorg zijn of daar net uit gekomen zijn, nee, het geeft ook inzichten aan hulpverleners en doktoren over wat er allemaal in de menselijke geest omgaat.

 

Haarlem, mei 2014.

© Copyright Rolf van der Geest mei 2014

Pluralis majestatis (juni 2011)

Een houten langwerpige kist was het met aan de bovenkant een langwerpige uitsparing voor een matras. Een kussen ontbrak evenals een deken of een laken. Er waren geen schilderijen en de ramen waren afgedekt met driekwart gesloten luxaflex waar je vanwege het dubbelglas niet bij kon. Feitelijk was deze kamer ontdaan van alle invloeden uit de buienwereld. Ik bevond me in een isoleercel.

Als ik in een psychose ‘zit’ redeneer ik meestal in de ‘wij’ vorm. Zoiets als “dat hebben wij toch goed gedaan” terwijl er op dat moment helemaal geen sprake is van ‘wij’. We voelen ons oppermachtig, onoverwinnelijk en onaantastbaar, we zijn voor eventjes koning en koningin van dit land. De ik-vorm komt eigenlijk bij mij niet voor in een psychose en ik vraag me wel eens af waarom. Voelen wij ons sterker? Hebben we meer invloed? Willen we de leiding hebben over het universum?images

Kennelijk staat die overheersing alleen want ik weet ook dat in diezelfde psychose ik het heft uit handen gaf. Ik liep bijvoorbeeld van punt A naar punt B mat mijn ogen dicht, niet angstig om te vallen of tegen onbekende obstakels aan te lopen. Ik reed met mijn auto in vreemde wijken niet bang om te verdwalen of een ongeluk te veroorzaken. Ik liet los en tegelijkertijd hield ik vast. Een soort van bevroren momentum.

“Wij, Beatrix, Koningin der Nederlanden hebben de eer U voor te stellen…..” Deze zin is wel de meest bekende zin in pluralis majestatis. Een enkel persoon richt zich tot een meerderheid en spreekt vanuit een meervoudsvorm.

Ik probeer op de een of andere manier tijd vast te houden, te vertragen, uit te stellen zodat ik nog langer van die ene seconde kan genieten maar terwijl ik dus dat ultieme genot afwacht, tikt de tijd genadeloos door. Ik weet dat en ik voel het ook: ik moet weer voort maken, weer opschieten maar daarbij tegelijkertijd pas op de plaats houden en me niet laten overdonderen door de haast van de maatschappij. Te haastig is niet goed maar te lang uitstellen ook niet. Ik zoek het evenwicht.

Is een psychose gelijk aan dat evenwicht? Omdat er zoveel chaos tegelijk gebeurt in de hersenen is dat niet tevens het moment van stilte? Het bevroren momentum?

In de film “People in white” wordt op fantastische wijze een beeld geschetst van de psychiatrische mens. Hoe leven totale waanzin en volslagen normaal gedrag samen. Hoe worden beslissingen van medici genomen en hoe reageren de mensen die de gevolgen van die beslissingen moeten ondergaan. 2_kroon_1840Het interessantste aspect van de film is wel dat alles was daar wordt nagespeeld, waar gebeurd is. Ik herkende mijn houten bed en de wijze van praten, de warmte en betrokkenheid van het verplegend personeel maar ook de afstandelijkheid (lees professionele houding) van de behandelaars. De effecten van medicatie maar ook de effecten van de onderlinge verhoudingen tussen behandelden.

Kijk die film kan ik alleen maar schrijven; het geeft een waarheidsgetrouw beeld van de psychiatrische mens.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad juni 2011

Op de fiets (juli 2011)

Ik heb vreemde buren. Naast mij op de camping woont een ouder stel die het grootste deel van het jaar in Portugal verblijven. In het prachtige campingseizoen van Nederland zie je ze plots 6 weken aaneengesloten verschijnen en ook weer net zo snel verdwijnen.

De algemene mening over mijn buren is dat ze er eigenlijk niet bij horen. Mijn buurman, om een voorbeeld te noemen, zegt zelden of nooit gedag, knoopt geen sociaal praatje aan en ik betwijfel of dat andere buren weten dat hij Jules heet. Hun terrein is een vesting omgeven door sering en liguster. Er hangt vlak voorbij hun hekje een bel die je moet luiden voordat je hun terrein op loopt. Het ziet er slecht onderhouden uit, kortom zij willen geen contact met anderen. En laten we eerlijk blijven: vrijheid, blijheid.

Het was voor mij de eerste en de enige keer dat ik op de camping een psychose heb gehad. Ik was een aantal keren die ochtend in een soort van waak- droomtoestand geraakt en had zo de weg tussen mijn caravan en de slagboom die het terrein van de buitenwereld scheidt, gemaakt. Nu stond ik op de hoek van het laantje waaraan onze caravans liggen en zag of zag ik het nu niet, mijn buurvrouw op de fiets stappen.

fietsZwaaide ik nu wel of zwaaide ik nu niet naar haar. Een feit was dat de fiets geen meter vooruit was gereden en wij twee elkaar stonden aan te staren over een afstand van ruim 200 meter. Nu stapte ze duidelijk op de fiets, ging op het zadel zitten en begon te fietsen naar mij toe. Van schrik maakte ik een afwerend gebaar en dat zorgde er direct voor dat fiets en berijder tot stilstand kwamen. Er was nog geen 25 meter afgelegd.

Ik draaide me snel om en liep weg van het naderende gevaar. Weg van deze feeks op de fiets maar al snel hoorde ik aan het knerpen van het grind dat ik werd ingehaald. Als een wervelwind ging ze voorbij me. Geen enkel woord, geen groet. Ik draaide me weer om terug naar mijn caravan maar ik was nauwelijks voor de tweede maal de bocht om of daar stond ze weer in de verte alsof er niks was gebeurd.

In mijn beleving heeft deze ontmoeting, deze toenadering en afwijzing, uren geduurd. In werkelijkheid slechts 1 minuut.

Diezelfde ochtend nog werd ik opgenomen in Ede om naar een kleine week per ambulance overgeplaatst te worden naar Haarlem.

Met mijn buren heb ik nog steeds sporadisch contact. Zij gaan hun weg en ik de mijne.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

© Copyright Cliënten Belangen Blad juli 2011

Onderweg naar morgen (juli 2010)

We kennen allemaal wel de woorden: lopen, wandelen, schuifelen en sloffen maar om de precieze definitie, de omschrijving te kunnen weergeven, wordt het toch wat moeilijk. Hoe bewegen we ons voort? Wat stuurt de mechaniek van de beweging van de benen, de knieën en de voeten aan? Is dat het bewustzijn? Is dat het onderbewustzijn?

Zo kon het gebeuren dat ik tijdens een van mijn psychoses verzeild raakte in de buurt waar mijn beste vriend woont. Hoe ik daar gekomen was, ik kan het U niet vertellen. Waarom ik daar naartoe gegaan was? Waarschijnlijk uit een soort van zoektocht naar veiligheid, geborgenheid en hulp maar ook hier moet er een soort van besturing aanwezig zijn geweest want ik reed met de auto van mijn huis naar zijn huis terwijl ik me hier achteraf niets van kan herinneren. Een soort van automatische piloot dus, die de vertrouwde route voor mij bepaalde.

Ik heb aangebeld, dat weet ik nog, maar ik vond niemand thuis en daarna bestaan mijn herinneringen alleen nog uit korte, bevroren fragmentjes. Plotsklaps sta ik aan het Spaarne en besluit dat het de tijd van het jaar niet is om, met kleren aan, te gaan zwemmen. In een ander fragment sta ik bij volledig onbekende mensen te vragen naar de weg naar de Gamma, terwijl ik daar helemaal niet moet zijn. Ook realiseer ik me plots dat er een fiets op de stoep geparkeerd staat. Ik moet daar in een wijde boog omheen zodat ik mijn kleren niet vies zal maken.

sleutelDe buurt waar mijn vriend woont, is mij eigenlijk totaal onbekend. Zijn straat weet ik blindelings te vinden maar zet mij twee straten verderop neer: ik verdwaal hopeloos. Op de een of andere manier presteerde ik het toch om van het midden van de Amsterdamse buurt, waar hij woont, naar het Spaarne te wandelen en ook de route terug werd vlekkeloos genomen want ik kwam weer uit waar ik gestart was: namelijk voor de huisdeur van mijn vriend. Ik was kennelijk onderweg naar morgen.

Bewustzijn of onderbewustzijn? Toen ik kort nadien in de kliniek was opgenomen, schuifelde ik door de gang. Ik registreerde de rode en gele deuren van de kamers met de naambordjes van medecliënten. Ik nam de bordjes waar waarop wasruimte, ontspanningskamer en isoleercel geschreven stonden maar mijn eigen kamer kon ik maar met de allergrootste moeite terugvinden. Liep ik aan de rechterkant van de gang dan was mijn herkenningspunt de felgekleurde gordijnen die voor het raam met zicht op de buitenwereld hingen. Slofte ik aan de linkerkant van de gang dan werd het absolute midden bepaald door de post waar de medicatie werd uitgedeeld. Ik stond lang stil om naar die buitenwereld te kijken maar iets in mij zei ook weer dat ik daar niet kon blijven staan. Ik moest weer verder onderweg.

Eenmaal die beslissing genomen om verder te gaan, keerde ik om mijn as en vervolgde mijn weg langs de andere kant van diezelfde gang. O, wat was ik blij als ik de deur van mijn kamer met mijn naam had gevonden. Je had kennelijk een sleutel nodig om die deur open te krijgen. Vol verbazing merkte ik dat ik die sleutel al die tijd al in mijn rechterhand had en met een zucht van verlichting draaide ik de deur los. Gauw naar bed om na een aantal uren slaap dezelfde cyclus van onderweg naar morgen weer af te leggen.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige).

© Copyright Cliënten Belangen Blad juli 2010

Ochtendgloren (mei 2014)

Op de een of andere manier werd ik vanochtend voor mijn wekker wakker en keek naar buiten. Het was schemerdonker, geen vogel roerde zich en de contouren, van de bomen in het park achter mijn flat, waren niet te zien. Het was 05.30 uur en dat was 1,5 uur vroeger dan dat ik normaal opsta.

Een half uur later schoot ik plots wakker uit mijn mijmeringen en zag dat schemer plaats had gemaakt voor een mistige, heiige ochtend. Plots zag ik een roodborstje die zich al fladderend een weg zocht naar het nestkastje dat ik heb opgehangen.

Op de een of andere manier realiseerde ik me dat dit een speciale ochtend was. Niet eentje van uitslapen en laat op nee, eentje van genieten van de zonsopkomst en jezelf tegelijkertijd bewust worden van al het mooie dat deze aarde heeft. Ja, u leest het goed dit is een soort van suprematie, een soort van genieten van de oppermacht.
Waarom herinnerde ik me later deze speciale ochtend alleen nog in flarden? Telkens met tussenpozen van een half of een heel uur? Het kon bijvoorbeeld gebeuren dat ik een uurtje later de contouren van die takken wel zag en dat zelfs de eerste knopjes aan de bomen zichtbaar werden. Er was inmiddels een ekster neergestreken op de rand van mijn balkon die nogal meewarig zat te kijken.

Foto Jeanine de Zwarte juni 2014

Foto Jeanine de Zwarte juni 2014

Ik schijn een schare fervente lezers te hebben en die zullen zich nu afvragen wat het bovenstaande nu eigenlijk met psychoses te maken heeft? Waar het mij om gaat is contemplatie, het bewust stilstaan bij de dag, het je bewust worden van de eigen ik, dat moment van verstilling voordat je aan de dag gaat beginnen. Wellicht dat een woord als ‘dankbaarheid’ hier ook wel te pas komt. Dankbaar dat je weer een nieuwe dag mag aanschouwen.

Aan de meeste mensen die ik dit jaar een kerstkaart schreef, stuurde ik de tekst: “Luctor et emergo” of: “Ik worstel en kom boven”. En dat is nu precies wat ik U probeer te vertellen. We worstelen allemaal met de voor- en tegenspoed van het leven maar we komen die worsteling komen we ook weer te boven. Er is iedere ochtend weer licht dat onze morgen kleurt en het meest belangrijke voor mensen die nu in de zorg verblijven: “er is licht aan het eind van de tunnel”.

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige en redactielid)

© Cliënten Belangen Blad mei 2014