Monthly Archives: juli 2010

Walking in the darkness (juli 2010)

Foto Jeanine de Zwarte juni 2014

Foto Jeanine de Zwarte juni 2014

Walking in the darkness.

 

Op een van de cd’s van een befaamde popgroep staat een lied waarin de tekst voorkomt ‘walking in the darkness’ en hieraan moest ik denken toen ik dit artikel begon over het wandelen in de duisternis. Je bent de controle kwijt, althans je laat de controle over aan een ander. Wie die ander is, laten we even in het midden want voor je het weet wordt er gedacht aan schizofrenie.

Die ander dus heeft de controle in handen maar hoe werkt dat nu precies? Tegelijkertijd op het moment dat je een stap voorwaarts doet om van punt A naar punt B te wandelen, sluit je ook je ogen. Je hebt de weg die voor je uit ligt dus wel gezien, je weet welke obstakels er zijn maar je vertrouwt er blindelings op dat je, met dichte ogen dus, veilig 500 meter verderop zult uitkomen.Wonderbaarlijk genoeg bots je onderweg nergens tegenop; terwijl je toch op bepaalde punten rechts of links moet gaan. Je komt ook niemand tegen (althans dat denk je) en de eindbestemming is inderdaad bereikt op het moment dat je besluit dat je ver genoeg hebt gewandeld. Ook die beslissing wordt ergens in de hersenen genomen. Je zet de laatste stap, je doet je ogen weer open en je staat stil op de plek waar je wezen wilde.

Toch, zo zal later blijken, ben je wel degelijk gadegeslagen door je omgeving. Ze hebben je zien zwalken, want rechtdoor lopen, was het niet. Openbare dronkenschap? Iemand op het punt van onwel worden? Ik heb er later alleen van gehoord dat ik me die ochtend wel heel vreemd gedroeg. Die bewuste ochtend was ik op de camping, gehuld in badjas, naar mijn buurman gelopen en had hem mijn mobiele telefoon gegeven terwijl ik zei dat ik een belangrijk telefoontje verwachtte. Voor de oplettende lezer: je geeft je telefoon uit handen terwijl je een gesprek verwacht. Hoe vreemd kan het zijn?

Of mijn buurman het direct in de gaten had dat er wat mis was met mij, weet ik niet. Op dat moment ondernam hij geen andere actie dan het toestelletje te accepteren en mij verder weg te laten gaan. Ik begon aan mijn wandeling, op badslippers maar niet richting badgelegenheid maar richting de slagboom die het terrein afscheidt van de openbare weg. Zo’n zwart-wit geblokt ding. Je kunt er links langs lopen of fietsen maar om er met een auto door te kunnen daarvoor heb je een pasje nodig.

Ik bleef in het midden van de boom stilstaan en draaide 180 graden om mijn as en liep dezelfde weg die ik gekomen was weer terug nog steeds met gesloten ogen. Ergens op een van de terreinen die ik passeerde, was een man bezig een straatje te leggen en hij groette me vriendelijk. Kennelijk had ik mijn ogen weer open gedaan voor een moment want ik zag hem en groette terug met de opmerking dat ik mijn badhanddoek was vergeten. Weer bij mijn caravan aangekomen, stond mijn buurman (waar ik mijn mobiel aan had gegeven) me op te wachten. Ze moesten weg die middag en hij vond het toch beter dat ik mijn mobiel terug zou hebben.

Waar kwam die mobiel nou toch vandaan? Had ik dat echt gegeven? En hoe was ik hier in mijn badjas op slippers terecht gekomen? Ik mompelde een verontschuldiging, accepteerde het toestel en ging terug naar binnen. Ik kleedde mij aan, ontbeet, scheerde me en poetste mijn tanden precies in die volgorde. Daarna ging ik, gekleed en wel, op bed liggen en viel in een droomloze slaap. Plotsklaps werd ik wakker, ik stond weer voor de slagboom en de beheerder van de camping stond met mijn buurman te praten: “Nee, hij is de hele ochtend en middag al zo. Ik moet eigenlijk weg maar het ging allemaal zo vreemd dat we besloten om hem samen met anderen vandaag maar in de gaten te houden”. Ik werd weer opgenomen. Het zou de 6e keer zijn.

 

Rolf Th.J. van der Geest (ervaringsdeskundige)

 

© Copyright Cliënten Belangen Blad juli 2010